|
Fusie op 01 januari 1977
De gemeente Erpe-Mere ontstond uit de samenvoeging van acht voormalig zelfstandige gemeenten Aaigem, Bambrugge, Burst, Erondegem, Erpe, Mere, Ottergem en Vlekkem.
Via het “koninklijk besluit van 17 september 1975 houdende samenvoeging van gemeenten en wijziging van hun grenzen” werd met ingang van 01 januari 1977 een nieuwe gemeente,Erpe-Mere, tot stand gebracht.
In het verslag aan de Koning bij dit besluit lezen wij het volgende :”Erpe-Mere + Aaigem + Bambrugge + Burst + Erondegem + Ottergem + Vlekkem.
Telt 17.889 inwoners en 3.403 ha oppervlakte. Beschikt over 71 miljoen frank gewone ontvangsten. Er is een industrieterrein van nationaal belang, waarvan de ontwikkeling zal bijdragen tot het verhogen van de financiële middelen. Alle samenstellende gemeenten hebben voor een deel een residentieel en voor een ander deel een landelijk karakter. De bevolking omvat in hoofdzaak pendelende arbeiders.”
Inmiddels steeg het aantal inwoners tot een maximum van 19.249 op 01 januari 2000. De laatste jaren kwam evenwel een einde aan de groei en daalde het inwoneraantal geleidelijk tot 18.930 inwoners op 01 januari 2004.
Voor meer uitgebreide of gedetailleerde inlichtingen over de geschiedenis van de deelgemeenten van Erpe-Mere verwijzen wij naar het documentatiecentrum en het tijdschrift van de Heemkundige Kring van Erpe-Mere.
Toch willen wij hier graag over de dorpen waaruit Erpe-Mere is samengesteld enkele citaten brengen uit het werk van De Potter en Broeckaert, die tussen 1864 en 1903 hun omvangrijke Geschiedenis van de gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen lieten verschijnen.
Wil er wel rekening mee houden dat de vermeldingen dateren uit de 19de eeuw en dat de toestand vandaag de dag fel kan contrasteren met de toestand die de auteurs toen in de dorpen hebben aangetroffen.
Aaigem
“Eventjes over den tienden paal van Aalst, op de baan van deze stad naar Geraardsbergen, en op drie kilometers afstand van Burst, ligt de gemeente Aaigem, welke geheel het uitzicht heeft van een ouderwets boerendorp. …
De vroegste vermelding van Aaigem is van de laatste jaren der IXe eeuw, en de oorkonde van dien tijd, waar men haren naam leest, spelt Aienghem (891), welken vorm men ook terugvindt in eene charter van 1230. In den aanvang der XIe eeuw schreef men Aingem (1019), verkorting van Addingahem of Addingem. De betekenis is : verblijfplaats van Addinga, een oud-Germaansche mansnaam. …
Van oudsher was de landbouw de uitsluitelijke bezigheid der ingezetenen, namelijk in de dagen waarop er te spitten, te zaaien en te planten viel; maar gedurende den winter werd hier veel vlas gesponnen en veel linnen geweven. …
Nog heden worden te Aaigem weinig nijverheden uitgeoefend. Behalve de beide gemelde watermolens heeft men hier ook eenen windmolen, eene brouwerij, eene stokerij en twee pannen- en draineerbuismakerijen, welke slechts weinige handen bezig houden, zoodat schier al de dorpelingen zich onverdeeld toeleggen op den landbouw. …
Op 31 december 1893 bestond de bevolking hier uit 1.792 zielen. …”
Bambrugge
“Een nederig, onbeduidend dorp, met 289 hectaren oppervlakte, door slechts éénen waterloop van belang, de Molenbeek, bevochtigd, is Bambrugge. Het behoort tot het vrederechtskanton Herzele, van welke gemeente het 5,5 kilometers verwijderd ligt, maakte tot in 1803 deel van ’t er aan grenzende dorp Burst en paalt ten noorden aan Zonnegem en Vlekkem, ten Oosten aan Ottergem en Mere, ten zuiden aan Aaigem en ten westen aan Burst. …
De meeste latere middeleeuwsche acten geven Banbrugge te lezen. Zoo dit de oorspronkelijke benaming is, dan zou kanunnik De Smet gelijk hebben met Bambrugge te vertalen door pont banal of pont de la seigneurie, zooals men in den ouden tijd ook banmolens had, waar de onderhoorigen eener heerlijkheid verplicht waren hun graan te laten malen, …
Ban kan echter ook afgeleid worden van baan = weg, of volgens Föstermann nog beter van den ouden persoonsnaam Banno, weshalve Banbrugge niets anders zou beteekenen dan de brug van Banno. …
Een watermolen is hier vanouds op de Molenbeek. …
Den 31 december 1893 telde men er 872 zielen. …”
Burst
“Burst is een aangenaam en gunstig gelegen dorp aan den steenweg van Aalst naar Oudenaarde, …
Door de spoorbaan verbonden met Denderleeuw en Zottegem, bezit Burst eene standplaats, waar de meeste treinen tusschen Brussel, Oudenaarde en Kortrijk stilhouden. …
De naam dezer gemeente vindt men voor de eerste maal vermeld in eene oorkonde der St.-Pietersabdij, te Gent, van het jaar 1042, als gelegen aan eene beek, die zelve den naam droeg van Burste : “Bursitia juxta fluviolum Burste”. In een diploom van 1151 vinden wij Burst, zooals tegenwoordig wordt geschreven; in 1209 Bursta; in 1220 en 1221 Borst en Bost; in 1224 Burst en in 1229 Bust. Wat deze naam te betekenen heeft kan in onze geschiedenis van Borsbeke worden nagegaan.* …
Burst telde ten jare 1846 in ’t geheel 125 boerderijen, waaronder ééne van 40 tot 50 hectaren; ééne van 30 tot 35 , ééne van 25 tot 30 en vier van 15 tot 20 hectaren.
De eenige koornwindmolen, welken men te Burst aantreft, maakte tot in de XVIIIe eeuw deel van het leengoed ten Doorent …
Daarenboven zijn er drie bierbrouwerijen en drie stokerijen.
Wat de bevolking betreft, deze bedroeg in ’t begin dezer eeuw 304 zielen, waaronder 62 ingeschreven behoeftigen; den 31 december 1893 telde men er 963 zielen.”
* bursitja : stekelig struikgewas
Erondegem
"Op iets meer dan 6 kilometers ten westen van de hoofdplaats des kantons en bestuurlijken arrondissements, ter linkerzijde van den grooten steenweg, ligt Erondegem, een der oudst gekende dorpen dezer landstreek. Reeds in een oorkonde van de tweede helft der IXe eeuw, bepaaldelijk in het Polypticon, of de lijst der goederen, toebehorende aan de abdij van Lobbes, opgesteld in 868 of 869, komt het tevoorschijn onder de schrijfwijze Eroldingeheim in pago Bragbattensi. (1036 : Erondeghem; 1059 : Eroldingem; 1213 : Erondenghem; 1352 : Eerhondeghem). Wat deze naam, door het volk gewoonlijk Eerdegem uitgesproken, te beteekenen heeft, is niet moeilijk te verklaren : Erold of Erond, is de naam van eenen persoon, terwijl de uitgang hem, gelijk men weet, eene woonplaats te kennen geeft. …
Behalve den vanouds hier bestaanden windmolen zijn er te Erondegem geene bijzondere nijverheden. Wat de bevolking betreft, deze beliep den 31 december 1893 tot 1139 zielen, tegen 837 in ’t begin dezer eeuw.”
Erpe
 "Om van Aalst naar Erpe te gaan volgt men een eind weegs de groote staatsbaan van Gent naar Brussel, ten westen van eestgenoemde stad, tot aan den wegwijzer op Vijf-Huizen, alwaar de steenweg uitloopt in de richting van Oudenaarde. Na ongeveer 2 kilometers gevolgd te hebben komt men in een dorp, of liever in het dorpje, de voormalige verblijfplaats eener aanzienlijke familie. …
Reeds in de XIe eeuw, doch zonder twijfel van veel vroeger, was Erpe eene volop bewoonde gemeente. Wij troffen haren naam, onder de huidige schrijfwijze, de eerste maal aan in eene oorkonde van den jare 1057; in 1166 en 1196 vonden wij Herpe geschreven; in 1187, 1229 en 1236 luidde hij Erpa. …
Wat deze naam te betekenen heeft was voor kanunnik De Smet een raadsel, en Willems eveneens zal niet geweten hebben wat hij er van maken moest. Dank aan den voortgang der etymologische studiën zijn wij in staat gesteld hem met meer of min zekerheid af te leiden van den ouden persoonsnaam Erpo, …
De voornaamste waterloop, deze gemeente bevochtigende en waarop vanouds twee watermolens in beweging zijn, is de Molenbeek. … Veel nijverheid wordt er in deze gemeente niet uitgeoefend : men telt er behalve de twee genoemde watermolens, eenen windmolen, twee bierbrouwerijen en eene azijnleggerij. …
Een groot aantal ingezetenen hadden destijds geen hoegenaamd land te beploegen en wonnen den kost met spinnen en weven, ofwel met in daghuur in de bosschen of op het land te werken. …
Ten jare 1769 bedroeg de bevolking van Erpe 1032 zielen; in 1801 waren er 1638, waaronder 142 ingeschreven behoeftigen, en den 31 december 1893 telde men er 2394 …”
Mere
"Het dorp Mere, welke naam de eerste maal, onder de schrijfwijze van Meren, voorkomt in eene charter van ’t jaar 1003, ligt op een goed uur afstands ten westen der stad Aalst …
De naam zelf dezer gemeente schijnt met hare oorspronkelijke grondgesteldheid in verband te staan. Of zou Mere, oudtijds ook Meere en in onze dagen, ten onrechte, Meire geschreven, iets anders beteekenen dan meer = moeras, alhier vroeger bestaan hebbende en rond hetwelk het dorp zijn ontwikkeling zal hebben genomen? …
Er werd vooral te Mere destijds veel gesponnen en geweven. …
Tegenwoordig bestaat de voornaamste nijverheid van Mere uit eenen windmolen, 3 watermolens en eene fabriek van passementerie, aan niet minder dan 1000 jongelieden der beide geslachten bezigheid verschaffende. Ook wordt hier nog al veel kant vervaardigd. Een driehonderdtal werklieden dezer gemeente trekken jaarlijks naar Frankrijk om er in den oogst te helpen.
Mere’s bevolking bedraagt tegenwoordig 2942 zielen, tegen 1874 in het begin dezer eeuw.”
Ottergem
"Ottergem, op 7,5 kilometers van Aalst en 20,5 kilometers van Dendermonde, is een der kleinste en onbeduidendste dorpen des arrondissements. Het heeft slechts eene oppervlakte van 155 hectaren, omringd door de gemeenten Erondegem, Erpe, Bambrugge en Vlekkem en telde den 31 december 1897 eene bevolking van 520 zielen. …
De naam dezes dorps komt de eerste maal voor in eene charter van 1036, waarbij de Keizer Koenraad II de St-Pietersabdij te Gent in hare bezittingen bevestigt. Tot deze behoorden het goed te Erondegem “et in Bursinghem et terram in Ottringhem et terram in Flachem”. In 1123 schreef men Ottrenghem, in 1142 Ottergem, in 1162 Ottregem en in 1545 Oterghem. Volgens den geschiedschrijver De Smet zou deze naam voortkomen van den otter, het bekende zoogdier,
… doch met Föstermann zijn wij van gevoelen dat Ottergem … zijnen oorsprong verschuldigd is aan eenen persoonsnaam. …
Des winters waren de straten hier vroeger zoo goed als onbegaanbaar.
In nijverheidsopzicht bestaat er in deze gemeente een watermolen en eene olieslagerij, waarbij moet gemeld worden dat het dorp vanouds bekend is om zijne schuppenmakerijen.”
Vlekkem
"Dit dorpje van het vredegerechtskanton Aalst, met slechts 122 hectaren oppervlakte, ligt tusschen Erondegem, Ottergem, Bambrugge en Zonnegem, op 8,5 kilometers afstand ten westen van genoemde stad, …
Men duidt de wijken dezer gemeente aan onder de benaming van Driesch, de Kat en Paardenstraat. Te zamen met de dorpsplaats telt men er niet meer dan 55 haardsteden en eene bevolking van 275 zielen. …
Als bewoonde plaats menen wij dit dorp evenwel eene hooge oudheid te mogen toekennen. Het komt de eerste maal, onder de schrijfwijze van Flachem, te voorschijn in de charter van den jare 1036, waarbij de keizer Koenraad II de abdij van St.-Pieters te Gent, in het bezit harer goederen bevestigt. Dezelfde spelling wordt aangetroffen in eene oorkonde van 1117, deel uitmakende van het archief van de abdij van Affligem, in welke er spraak is van de kerken van Burst, Bambrugge en Vlekkem. In 1209 vindt men Vleckem geschreven; in 1227, Vlachem.
De geschiedschrijver J. De Smet vertaalde den naam dezes dorps door habitation dans la plaine, woonplaats in de vlakte, doch zij zal wel niet anders afgeleid zijn dan van den persoonsnaam Flacho, dien de Hoogduitscher Föstermann verzekert bestaan te hebben. …
De windmolen van Vlekkem werd opgericht bij octrooi van 1 december 1781, ten voordeele van Benedict Janssens, …”
|